Korte droom

Twee jaar, eenendertig jaar

Willem was een korte droom. Twee jaar hadden we samen. Twee jaar is lang genoeg om van iemand te houden en veel te kort om hem werkelijk in alle omstandigheden te leren kennen. We hebben niet genoeg tijd gehad om de mindere kanten van elkaar te ontdekken.

Dat klinkt misschien vreemd, maar ik meen het. In het begin van een liefde laat je nu eenmaal niet meteen alles zien. Je ergert je nog niet aan dezelfde dingen. Gewoontes zijn nog charmant. De scherpe randjes hebben nog geen tijd gehad om te gaan schuren.

Met Viktor was dat anders. Eenendertig jaar.
Na eenendertig jaar hoef je elkaar niets meer wijs te maken. Dan ken je de mooie kanten en de minder mooie. Je weet hoe iemand reageert als hij moe is, kwaad, bang of ziek. Je hebt ruzies gehad die nergens over gingen en ruzies die juist wel ergens over gingen. Kun je twee jaar liefde vergelijken met eenendertig jaar?

Nee. En toch doe je het. Ook al laat liefde zich niet in jaren uitdrukken. Willem kreeg eenvoudigweg niet de tijd om gewoon te worden. Hij bleef voor een deel de man uit het begin. Een droom die werd afgebroken voordat het dagelijks leven er helemaal vat op kreeg.

Soms vraag ik me af wie wij na tien of twintig jaar samen zouden zijn geweest. Daar krijg ik nooit antwoord op. Misschien hoort juist dat bij een korte droom.