
Als ik 37 was geweest, was ik gebleven. Daar ben ik vrij zeker van. Maar 67 is iets anders. Dat is geen prettige constatering. Je wilt graag denken dat leeftijd alleen een getal is en dat je overal opnieuw kunt beginnen zolang je maar wilt. Tot je gezondheid, de regels van een land en de toekomst zich ermee gaan bemoeien.
Mijn gezondheid werd brozer. Mijn huis was te groot. De stad was niet goed voor mijn longen. En als niet-resident liep ik tegen steeds meer beperkingen aan. Een verzorgingshuis zou voor mij als buitenlander vrijwel onbetaalbaar zijn. Werken of iets bijverdienen kon niet zomaar. Mijn sociale wereld zou daardoor alleen maar kleiner worden.
Dan kun je koppig blijven zeggen dat je in Zuid-Afrika wilt blijven of je kunt naar de feiten kijken. Ik moest naar de feiten kijken. Dus ben ik voor nu terug in België. Mijn lichaam en mijn leeftijd namen een beslissing waar mijn hoofd nog achteraan moest komen.
Op je zevenendertigste denk je: ik zie wel waar ik terechtkom. Op je zevenenzestigste denk je dat soms nog steeds. Alleen moet je er tegenwoordig ook bij denken: en als ik straks zorg nodig heb? Het ene land is het andere niet. Zuid-Afrika is een ander continent, met een ander sociaal stelsel en andere regels. Liefde voor een land verandert die regels niet.
Is het verstandig dat ik terug ben gegaan? Absoluut. Gemakkelijk? Geen seconde.